Hoe werken die marathons eigenlijk?
Als je mee wilt doen aan marathonwedstrijden dan moet je weten dat er verschil gemaakt wordt tussen landelijk niveau en regionaal niveau: als je op landelijk niveau rijdt, ben je beter dan als je op regionaal niveau rijdt. En je kunt pas op landelijk niveau meedoen als je tot de top van het regionale niveau behoort.
Regionaal
niveau
Als Deventer
je thuisbaan is dan zijn er op regionaal niveau twee soorten
wedstrijden, te weten de Noord Oostelijke Marathon Competitie (kort
aangeduid met NO-Competitie) en de Regio Competitie.
De NO-Competitie wordt gehouden op 4 kunstijsbanen in het noordoosten van Nederland (Deventer, Assen, Heerenveen en Groningen). Elke baan organiseert twee wedstrijden, zodat deze competitie uit 8 wedstrijden bestaat. Er wordt gereden in 6 categorieën: de C3 (de beginners), de C2 (de beteren), de C1 (de snelsten), de Dames, de Veteranen 1 (vanaf 40 jaar) en de Veteranen 2 (vanaf 50 jaar). Tijdens één wedstrijdavond komen alle categorieën aan bod. Er worden op zo’n avond dus eigenlijk 6 marathonwedstrijden gehouden. De afgelopen jaren hebben zich in alle categorieën zo’n 100 deelnemers ingeschreven. Deze deelnemers komen uit geheel Noordoost Nederland.
De Regio Competitie wordt gehouden in Deventer en staat alleen open voor rijders die Deventer als thuisbaan hebben. Deze competitie bestaat dit jaar uit 5 wedstrijden voor drie categorieën: de A-, B- en C-rijders (die rijden gezamenlijk), de Dames en de Veteranen. Het belang van de Regio Competitie is erin gelegen dat je via deze competitie kunt promoveren naar het landelijk niveau. Je moet dan wel tot de top van deze Regio Competitie behoren.
Promotie en
degradatie
Het traject
voor een beginnend marathonrijder die naar de echte top wil ziet er
als volgt uit: je begint regionaal als C-rijder (je moet dan wel
minimaal 16 jaar zijn. In de NO-competitie start je in de C3 en je
eerste doel is om bij de eerste 10 van het klassement te komen. Dan
promoveer je namelijk naar de C2 en vervolgens probeer je te
promoveren naar de C1. Je volgende doel is dan om goed te scoren in
de Regio Competitie. Kom je in het klassement van die competitie
bij de top-3 dan kun je promoveren naar de landelijke B-rijders.
Als het je lukt om je aan het eind van de B-competitie bij de
top-10 te schaatsen dan promoveer je naar de A-rijders. Voor dames
is dit traject wat korter omdat er voor deze categorie geen
B-rijders bestaan.
Tactiek en
Dergelijke
Marathonrijden
is een geheel andere discipline dan het langebaanschaatsen. Bij de
langebaan gaat het erom dat je op geheel eigen kracht een bepaalde
afstand zo snel mogelijk aflegt. Het is daarbij van belang dat je
je krachten zo verdeelt dat je gedurende de gehele afstand die je
moet rijden een zo hoog mogelijke snelheid houdt. Het is een puur
individuele prestatie, waarbij je op geen enkele manier gebruik
kunt maken van andere schaatsers. Degene die de snelste tijd maakt
heeft gewonnen. Je rijdt natuurlijk wel om de andere rijders in
tijd te verslaan, maar je rijdt vooral ook om je eigen pr
(persoonlijk record) te verbeteren.
Bij de marathon gaat het niet om de snelste tijd, maar win je als je als eerste aankomt. Daarom is tactiek bij marathon een belangrijk gegeven. Gewoon zo hard mogelijk wegrijden, levert zelden een eerste plek op. Anderen gaan dan op hun gemak achter je zitten en als jij moe wordt gaan ze je voorbij om met de eer te gaan strijken. Daarom is het bij de marathon van belang om ook te kijken naar wat andere rijders doen. Want ook al ben je nog zo sterk, je zult toch je krachten moeten verdelen en geen onnuttig werk doen. Weggaan en/of meerijden op het goede moment, op het juiste moment de kop overnemen en snelheid maken, andere rijders afmatten en je verschuilen als je zelf dood zit, dat zijn allemaal onderdelen van de tactiek. Je moet als rijder de wedstrijd als het ware kunnen lezen en dan je acties plannen. Maar daarvoor moet je wel ervaring opdoen. En die ervaring is des te belangrijker als je in een ploeg rijdt. Want de tactiek wordt dan nog ingewikkelder, omdat je dan ook rekening moet houden met je ploegmaats. Soms gaat dat zelfs zover dat je eigenlijk niet voor jezelf rijdt, maar voor een ploegmaat die bijvoorbeeld de kopman van de ploeg is en die dus zo hoog mogelijk voorin moet finishen. Dan kan het gebeuren dat je een gat dicht moet rijden voor een ploegmaat en dat zo’n actie zoveel van je vraagt dat je voor de rest van de wedstrijd kansloos bent. Maar dat hoort ook bij de tactiek. Een vergelijking met de ploegentactiek in het wielrennen is hier zeker te maken. Enerzijds betekent dit dat het niet altijd de snelste is die wint, maar anderzijds wordt de wedstrijd een stuk minder voorspelbaar en als kijkspel veel interessanter. En ook al is het zo dat niet altijd de beste wint, over meerdere wedstrijden gerekend zul je toch zien dat de beste rijders bovenaan staan.
