Powerpointpresentaties

De presentaties van de scholingsbijeenkomsten kunt u hier downloaden:

Voor de recreantentrainers

Trainingsopbouw (14-jan-2017)
Bochtentechniek (11-feb-2017)

Voor de pupillentrainers

Motorisch leren (14-jan-2017)
De start (11-feb-2017)

 

Scholing

De scholingscommissie van de Hengelose IJsclub organiseert regelmatig scholingsbijeenkomsen voor de trainers van Twentse schaatsverenigingen. De scholingsbijeenkomsten vinden deels plaats op het ijs en deels worden er powerpointpresentaties gegeven.

 

Schaatstechniek

Schaatsen is een complexe beweging, daarom is het verstandig om bij het aanleren uit te gaan van onderdelen van de totaal beweging. Hieronder volgt een korte uiteenzetting van deze onderdelen op het rechte eind en in de bocht.

Houding op het rechte eind

Hoeken

• Enkels (knie boven de schaats)
• Kniehoek 90 °- 130 °
• Romp min of meer horizontaal
• Enkel, knie en heupgewricht in één lijn houden

Romp

• Bekken achterover gekanteld (buikspieren)
• Ronde,van schouders tot bekken ontspannen, rug
• Gefixeerd t.o.v. het bekken in alle vlakken
• Heupen finishgericht

Armen

• Armzwaai; ontspannen slingerbeweging vanuit de schouder, voor: duim boven, achter: pink omhoog
• Elleboog licht gebogen (bi- en triceps ontspannen) en hand ontspannen
• Onder kinhoogte in voorzwaai en niet voorbij tegenovergestelde schouder
• Indien op de rug ellebogen aangesloten aan de romp

Hoofd

• Ontspannen voorover gebogen
• Door de wenkbrauwen kijken
 

Afzet op het rechte eind

  • Voorbereiden:  afzet begint wanneer vorige afzetbeen van het ijs komt
  • Valbeweging ter voorbereiding met afzetschaats als draaipunt
  • Afzethoek optimaliseren
  • Heup blijft t.o.v. afzetbeen gefixeerd in longitudinale vlak
  • Plaatsing nieuwe schaats dichtbij afzetschaats, niet teveel naar buiten gericht
  • Afzet loodrecht op de glijrichting van de schaats
  • Schaats meenemen en terugsturen tijdens de afzet
  • Zo laat mogelijk gewicht nemen op nieuwe glijbeen
 

Lichaamszwaartepunt op het rechte eind

• LZP boven de schaats laten komen (erop) en er direct weer af
• Indien je boven de schaats komt ga je per definitie rechtuit (smal sporen)
• Kunnen bovenkomen is voorwaarde. Moet je kunnen “voelen”
• Schaatsen op snelheid: LZP tegen glijschaats en direct weer terug
• Einde afzet met LZP naar binnen sturen
 

Verzamelen op het rechte eind

 • Na afzet, knie en enkel langs een korte weg in de nabijheid van het glijbeen brengen, deelzwaartepunten dichtbij LZP houden
• Knie en enkel onder lichaam door bijhalen
• Actieve knie-inzet onder lichaam door recht naar voren
• Tijdens het bijhalen is de nieuwe afzet (valbeweging) al begonnen
• Vanuit compacte positie met juiste afzethoek beginnen met wegduwen
 

Route van de schaats op het rechte eind

 • De afzet is zijwaarts gericht, loodrecht op de rijrichting
• Stuur met de hak de schaats terug

 

 

Techniek in de bocht

Houding in de bocht

Hoeken

• Zie rechte eind

Romp

• Zie rechte eind
• Schouder- en heuplijn schuin (links iets lager) t.o.v. horizontaal door hangen naar middelpunt van de bocht

Armen

• Zie rechte eind
• Rechterarm in vlak met raaklijn aan bochtstraal
• Linkerarm korte slinger (onderarm) of op de rug

Hoofd

• Zie rechte eind
• Langs raaklijn bocht vooruit blijven kijken (30 a 40m)

 

Afzet in de bocht

• Eerste bochtslag is met rechts
• Plaatsing nieuwe schaats onder schouder-heup-knielijn, afzethoek optimaliseren (hangen)
• Afzet begint direct wanneer been geplaatst wordt, dynamisch, geen glijfase
• Constant druk op één van beide benen. Drukverlies → volgende been
• Niet overstappen maar over ”duwen”
• Zo laat mogelijk gewicht nemen op nieuwe glijbeen
• Heup blijft t.o.v. afzetbeen gefixeerd in longitudinale vlak
• Afzet loodrecht op de glijrichting van de schaats
• Schaats meenemen en terugsturen tijdens de afzet
 

Lichaamszwaartepunt in de bocht

• Projectie LZP (saggitaal) van achter in de schaats na plaatsen been naar voorkant schaats bij einde afzet
• Projectie LZP valt constant buiten het steunvlak (longitudiaal en transversaal)
• Geen verplaatsing LZP van linker naar rechterbeen in transversale vlak
• Kunnen hangen op rechts is voorwaarde om te kunnen hangen op links. Moet je kunnen “voelen”
 

Verzamelen in de bocht

• Omdat in de bocht altijd met één van beide benen wordt afgezet is er geen sprake van verzamelen
• Linkerbeen wordt na afzet actief achter het zich strekkende rechterbeen doorgehaald
• Rechterbeen wordt na afzet actief over het zich strekkende linkerbeen heen geplaatst
• Deelzwaartepunten dichtbij LZP houden
 

Route van de schaats in de bocht

 • De schaats maakt geen S-curve  


(Gemser, Koning, & Ingen Schenau, 1998; KNSB, 2012)